Impressie: Wilgenplein Barten Zuid

Op donderdagochtend 31 oktober parkeerden we de camper bij Wijkplein De Kiek, op de hoek van de Wilgenstraat en de Dageraadsweg. Samen met de wijkagent en de wijkwerker en met voldoende koffie en thee tegen de kou, spraken we inwoners van de wijk, enkele bezoekers aan het Wijkplein en vrijwilligers bij De Kiek. We hoorden veel trots op de buurt en de stad. “Ik woon hier heel fijn, ik zou niet anders willen. Mij moet je echt niet Maaspoort zetten.” zei een jonge vrouw, geboren en getogen in de wijk. Zij ziet dat de screening in woningtoewijzing door de woningcorporatie veel goeds heeft gedaan. Ze hoop dat die behouden blijft. En haar vriend: “de wijk heeft niet zo’n goede naam, maar het is mij heel erg meegevallen. Prima wonen hier.”

Toch zijn er ook zorgen en wensen voor de toekomst. “Meer activiteiten voor jongeren van 11-17 jaar. Er is nu weinig te doen, vroeger veel meer.” In de wijk zijn er een paar rotzooitrappers met een grote mond in deze leeftijdscategorie die voor overlast zorgen. Bijvoorbeeld met vuurwerk. “Als er meer te doen is voor die jongeren, dan wordt dat misschien ook minder.” En daarbij is er behoefte aan een ruimte voor zulke activiteiten. Zelf zijn deze inwoners al actief voor de buurt, onder andere met het organiseren van buurtfeesten en activiteiten voor jongere kinderen. Verder wordt overlast door parkeren regelmatig genoemd, voldoende (sociale) woningbouw, behoud van groen, goed onderhoud van de woningen en een nette openbare ruimte en speeltuintjes.

‘Bourgondisch’, ‘gezellig’ en ‘ons kent ons'

Den Bosch wordt getypeerd als ‘bourgondisch’, ‘gezellig’ en ‘ons kent ons’. “Het is de mooiste stad van het land.” Het historische centrum, met de Sint-Jan, is daarin belangrijk. Maar ook Oeteldonk. En ook de Parkeergarage St.-Jan wordt genoemd. Een oudere man heeft wel zorgen over het behoud van dat historisch karakter. “Ik zie steeds meer moderne toevoegingen in de stad. Dat past niet. De historie maakt Den Bosch, Den Bosch.” Ook de warenmarkt wordt benoemd. “De gezelligheid is eruit. Vroeger kon je lekker langs de rijen van kramen lopen. Het is nu anders geworden en er zijn veel minder kramen.” Ook de leegstand van winkels draagt niet bij aan de sfeer in de stad. Iemand anders wenst de stad in de toekomst (nog) meer gastvrijheid en tolerantie toe. Dat is belangrijker dan hoe het eruit ziet. Elkaar kennen en helpen, saamhorigheid, komt in meerdere gesprekken terug. Letterlijk, wanneer we iemand spreken die het wijkplein bezoekt voor zijn nieuwe bovenbuurman. Een Eritreeër die onvoldoende Nederlands spreekt. “Ik help hem met allerlei formulieren. Niet zo bijzonder.”