Navigatie overslaan    Zoeken

Hoofdnavigatie


Subnavigatie

Historie Parade

Historie

De rijke geschiedenis van de Parade 
De Parade en de stad zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al jaren horen ze bij elkaar. Een overzicht van de rijke geschiedenis van het - wat sommige Bosschenaren noemen - mooiste plein van de stad. De naam de Parade verwijst naar de militaire functie die het plein ooit heeft gehad. Aan de zuid-oostzijde stonden tot 1935 de stallen van de cavalerie. In dat jaar brandden ze af. Militairen, gelegerd in uiteenlopende Bossche kazernes, exerceerden op de Parade. De Cavalariestraat is een naam die aan het militaire verleden herinnert.

Begijnhof (1200 – 1700)
In 1983 werden op de Parade, bij de aanleg van de riolering, de restanten van zware muren gevonden. Het bleken de overblijfselen te zijn van een groot Begijnhof. In de bloeitijd woonden er 300 Begijnen in kleine huisjes binnen het hof. Het hof was omringd door een muur met de hoofdingang tegenover de Sint-Jan en een kleinere poort aan de zijde van de Peperstraat. De begijnen hadden een eigen kerk. Deze kerk stond midden op de Parade. Binnen het Begijnhof was een aantal grote en kleine straatjes. Voor de bouw van het Begijnhof was de Parade een open ruimte die eerst werd gebruikt als galgenveld en later bij het kerkhof van de Sint-Janskerk is getrokken.

Paardenstallen (1750 – 1850)
Na de verovering van ’s-Hertogenbosch in 1629 door Fredrik Hendrik, mochten de Begijnen geen nieuwe leden meer aannemen. In 1694 stierf de laatste Begijn en raakten de overgebleven huisjes op het hof in verval. In 1701 stortte ook de kerk in. In de achttiende eeuw ontstond een machtsstrijd tussen het Bossche stadsbestuur en de Raad van State in Den Haag over het bezit van de grond van het voormalig Begijnhof. Na een schikking liet de Raad van State in 1741 twee militaire paardenstallen bouwen op de toegewezen percelen aan de oostzijde van het terrein. Het stadsbestuur liet in 1749 alle gebouwen van het voormalige Begijnhof slopen. Het vrijgekomen terrein werd ingericht als exercitieterrein voor het garnizoen. De Parade is met klinkers bestraat en met paaltjes afgezet. Later zijn rondom het terrein bomen geplant.

Wandelplaats (1850 – 1935)
In 1854 schrijft het stadsbestuur: ‘gezien den gunstigen finantieëlen toestand van de stadsklasse hebben we nagegaan of hier of daar eene wenschelyke verfraaying dezer stad zou kunnen worden aangebragt, welke den ingezetenen welkom zyn zoude.’ Het bestuur laat haar oog vallen op de Parade. Het terrein lag er verwaarloosd bij. In navolging van wat in andere Nederlandse steden gebeurde, wilde het stadsbestuur het vrijgekomen terrein inrichten als park als een ‘omrasterde wandelplaats’. Helaas kon het stadsbestuur dit niet waarmaken: het terrein bleef ook als exercitieterrein voor de militairen beschikbaar. Mogelijk is bij deze herinrichting de klinkerbestrating uit de achttiende eeuw verwijderd.

Schouwburg (1935 – 1965)
Eind jaren twintig van de 20e eeuw ontstond het idee om in de stad een Casinoschouwburg te bouwen. Het gebouw werd gerealiseerd aan de Parade, op de plaats van de paardenstallen. Deze stallen waren inmiddels vervallen en zijn in 1934 gesloopt. In de jaren dertig is de Parade omringd door drie rijen Lindebomen. Met de komst van de schouwburg besloot het gemeentebestuur het plein her in te richten. Men had de voorkeur om het achttiende eeuwse karakter van de bomenaanplant niet te verstoren. Van verharding van de Parade was in die tijd nog steeds geen sprake. Wel werd aan de oostzijde van de schouwburg een rij parkeerplaatsen gerealiseerd. Na de oorlog stond de Parade onder de schooljeugd bekend als een prima plaats om na schooltijd een balletje te trappen.

Parkeerterrein (1961)
Het duurde tot 1961 voordat er plannen werden gesmeed om de Parade te reconstrueren, te verharden en vrij te geven als parkeerplaats. Een reactie op de steeds meer toenemende verkeersdrukte in de stad. Alle 130 bomen wilde men rooien. Dit was noodzakelijk omdat de oorspronkelijke bomen enigszins misvormd waren door de krappe tussenruimte en de nalatigheid de bomen bijtijds te snoeien. De Parade werd een binnenstadsplein met een parkeerfunctie. Het verkeer zou niet alleen langs, maar ook op de Parade worden gevoerd. Aan de westzijde kwam geen nieuwe aanplant. Met dit plan richtte men zich vooral naar de binnenstad. Aan de zuidzijde werd een extra straat aangelegd, de Triniteitstraat, waardoor een eiland ontstond. De gerooide lindebomen zijn vervangen door kastanjebomen. De keuze van deze boomsoort heeft te maken met de inrichting van de Parade als parkeerplaats. Lindebomen staan bekend om de stroopachtige substantie die van de bladeren valt. Deze is moeilijk van autolak te verwijderen.

Theater aan de Parade (1970 – 1975)
Begin jaren ’70 ontstond het idee om de stadsschouwburg te slopen en op dezelfde plaats een nieuw theater te laten verrijzen; het Theater aan de Parade. Dit theater is in 1974 voltooid. Tegelijkertijd zijn aan de westzijde, waar geen beplanting stond, twee rijen bomen geplaatst. Verdeeld over de vier zijden van het terrein verrezen veertien stuks gietijzeren lichtmasten. In het midden van het terrein zijn twee lichtmasten geplaatst.

Tot nu (2006)
De Parade is nu nog in gebruik als parkeerterrein. De ingang van het terrein lag aan het zuidelijk deel. Het plein heeft aan weerszijden een voetpad omringd door kastanjebomen. De noordzijde van het plein wordt gevormd door de Sint-Jan, de oostzijde door het Theater aan de Parade.